Strandbal

Aantal: ½ van de klas

Benodigdheden:
  • 2 strandballen
  • leerlingen in een kring
Spel: Letters of woorden lezen
  1. Splits de klas in twee en laat de leerlingen twee kringen maken.
  2. Schrijf op elk vak van de strandbal een letter of woord.
  3. Laat de kinderen de bal naar elkaar overgooien.
  4. Het vak dat de kinderen met hun duimen aanraken, daar moeten ze de letter of het woord van voorlezen.
  5. De rechterbuur mag eventueel helpen.

Vliegenmepperspel

Aantal: 3 leerlingen

Benodigdheden:
  • 2 vliegenmeppers
  • verschillende letters of woorden
Spel: Letters of woorden lezen
  1. Leerling 1 noemt een letter en leerling 2 en 3 slaan met een vliegenmepper zo snel mogelijk op de juiste letter.
  2. Diegene die als eerste slaat heeft een insect gevangen en legt de letter bij zich.
  3. Wie het eerst 4 insecten heeft gevangen is gewonnen.
  4. Wisselen van rol.
  5. Kind 1 kan in plaats van het woord ook een omschrijving geven!
  6. Dit spel kan je ook ombuigen naar sommen, letters, kleuren of vormen!

De alfabetrups

Aantal: 2 leerlingen

Benodigdheden:
  • teken een rups op de grond: één kopje met 15 rondjes
  • of leg 15 hoepels/fietsbanden tegen elkaar
  • leg een letter in ieder vakje
  • correctiesleutel: medeleerling
Spel: letters flitsen
  1. Leerling 1 springt van vakje naar vakje en zegt de letters van de vakjes.
  2. Leerling 2 kijkt en controleert. Daarna wisselen.
  3. Dit spel kan je ook moeilijker maken door te letters te vervangen door woorden.
  4. Met dit spel kunnen de leerlingen ook het alfabet oefenen.

Ren je rot

Aantal: 3 leerlingen

Benodigdheden:
  • 2 letters van tweeklanken: vb. b en d of a en aa
  • deze letters hang je aan 2 tegenovergestelde zijden in de klas of gang.
  • 2 hoepels of fietsbanden in het midden van de klas
  • opdrachtenkaart
  • correctiesleutel
Spel: Twee klanken
  1. Leerling 1 neemt een kaartje en leest het woord (vb. maan) voor.
  2. Leerling 2 en 3 staan in het midden van de gang in de hoepels.
  3. Ze lopen zo snel mogelijk naar de juiste flitskaart vb a of aa.
  4. Wie de juiste kant kiest, is gewonnen.
  5. Wisselen van rol.
  6. Dit spel kan je ook ombuigen naar vormen, rekensommen!